In het museum is flink geïnvesteerd. Er is geen gas meer. Dit als kleine bijdrage aan de redding van de Amsterdamse School in Oost-Groningen. Alles gaat electrisch. Daarbij wordt bespaard op energie. Er is een energiezuige warmtepomp. De ramen en wanden zijn dubbel geïsoleerd.  Bijna alleen maar Led -verlichting.  Bovendien liggen op het platte dak 63 zonnepanelen.

Het museum is een mooi voorbeeld van hoe een rijksmonument toch duurzaam kan zijn.  Vooral de zonnepanelen konden gewoon op het dak zonder het monument  aan te tasten. Het dak heeft namelijk een brede opstaande rand waardoor je de zonnepanelen niet kan zien. De architect Michel de Klerk moet een voorgevoel gehad hebben. Hij wilde op het dak eigenlijk bloembakken met rode geraniums. In de gemeenteraad werd er door sommige gemeenteraadsleden schande van gesproken. Het was  wethouder Wibaut die het voor hem opnam: beter rode geraniums dan paardebloemen van de gangbare stedenbouw, vond hij.

De bloembakken met rode geraniums zijn er waarschijnlijk nooit gekomen of hebben het niet lang uitgehouden. Nu liggen op die plek de zonnepanelen en wordt er toch een bijdrage geleverd aan het instandhouden van de natuur.

De zonnepanelen zijn mogelijk gemaakt door een subsidie van de provincie Noord-Holland en een renteloze lening van een van de Vrienden van het museum.