Wandbord, De Sphinx (W.J. Rozendaal), keramiek (Maastricht 1927)

In de vitrinekast van de arbeiderswoning staat een wandbord dat in 1927 ter gelegenheid van het 25-jarig bestaan van de Limburgse staatsmijnen is geproduceerd. Het wandbord is langs de rand gedecoreerd met de vier hoofdletters van de 4 mijnen:Bovenaan staat de W van Staatsmijn Wilhelmina, vervolgens met de klok mee de H van Staatsmijn Hendrik, de M van Staatsmijn Maurits de E van Staatsmijn Emma. U ziet afbeeldingen van industriegebouwen en fabrieken. Het is geen zeldzaam wandbord maar daardoor niet minder bijzonder.  De letters zijn aangebracht in een Art Nouveau-achtige stijl. Deze stijl, ook wel Jugendstil genoemd, werd in Europa populair tussen 1880 en 1914. De typografie van deze stroming laat zich kenmerken door het feit dat de letters niet geassocieerd kunnen worden met drukkunst en de mechanische productie uit die tijd.

De ontwerper van het wandbord, W. J. Rozendaal (1899-1971), is een Nederlandse graficus, ontwerper en docent aan de Kunstacademie in Den Haag. Tussen 1924 en 1929] is Rozendaal bij De Sphinx in dienst en verantwoordelijk voor de designs van het sieraardewerk en gelegenheidskeramiek. Tevens ontwerpt hij verscheidene modellen serviesgoed. Zijn meest opvallende design is het serviesgoed ‘Serial' dat wordt gerekend tot het expressionisme van de Amsterdamse School.[3]

Het wandbord is geproduceerd door N.V. De Sphinx v/h Petrus Regout & Co (kortweg De Sphinx). Deze kristal-, glas- en aardewerkfabrieken uit Maastricht vervaardigden  vanaf 1834 huishoudelijke artikelen, sierartikelen en sanitair.

 De vier letters langs de rand van het wandbord staan voor de mijnen die in 1927 in gebruik waren, namelijk: Wilhelmina, Emma, Hendrik en Maurits. De staatsmijn Wilhelmina was de kleinste en oudste staatsmijn van Nederland en opende in 1906. In 1911 volgde de staatsmijn Emma, in 1915 de staatsmijn Hendrik en de laatste, Maurits werd geopend in 1926.

 Het wandbord is in de museumwoning van Museum het Schip te zien, omdat de vroegere bewoners van dit pand de kachel stookte met Limburgse kolen. Het werk van de Limburgse mijnwerkers werd door de socialistische arbeiders zeer bewonderd. Dankzij hun harde werk kon het huis verwarmd worden.